Een fragment uit mijn boekje – deel 9

Een avondritueel is heilig voor mij. Het is een tot rust komen na een meestal hectische dag. Het is tijd nemen voor een moment van zelfreflectie en minutieuze lichaamsinspectie. Zijn de teennagels niet te lang? Staat die geboorteplek een beetje gezwollen? Is die bobbel op mijn voorhoofd alweer een nieuwe puist? De grote vragen des levens dus. En ondertussen denk ik na, gaan de gedachten in mijn hoofd allemaal mooi in de rij staan voor de nachttrein. Wc-bezoek, een bad, een T-shirt halen, het zijn de handelingen die ermee gepaard gaan. En dan komt het moment dat je helemaal klaar bent op één ding na.
Mijn tanden poetsen. Heel het (lange) avondritueel lijkt het erop alsof ik dit moment probeer uit te stellen. Het is iets wat ik helemaal niet graag doe en ik weet maar niet hoe dit komt.
Ik ben niet bang van de tandarts, heb geen pijn in mijn mond, aan tandvlees of tanden,… Geen nare ervaringen, geen onprettige herinneringen. Gewoon een bijzonder onaangenaam gevoel dat elke avond mijn ‘rustig worden’ verstoort. Elke avond weer is het een overwinning. En na de poetsbeurt ben ik weer fris en blij en snap ik niet waarom het weer 20 minuten duurde voor ik mezelf zover kreeg om de tandenborstel in de hand te nemen. Waarbij ik eigenlijk moet opmerken dat ik dit probleem ’s ochtends totaal niet zo ervaar. Het is echt een avondkwaaltje.
Uit nieuwsgierigheid vroeg ik net even op Twitter wie er bang is van de tandarts… blijkbaar toch nog heel wat volwassen mensen!