“47” riep er iemand iets te luid door de microfoon. Ik zat te staren naar de draaiende metalen kooi waar de bingoballetjes inzaten. Ik was met mijn gedachten elders. Bingo riep ik luidkeels. Trots liep ik met mijn Bingoformuliertje naar voor om apetrots mijn prijs in ontvangst te nemen. Ik vond het niet raar dat iedereen vol ongeloof naar me aan het kijken was. Ik was dé geluksvogel van de avond.
You have to have all the numbers right, you have one. “Please go back to your table,” zei de blitse animator van het hotel. Plaatsvervangende schaamte kende ik toen nog niet. Ik was amper 10 toen dit rampscenario zich afspeelde. Ik kan het me wel nog altijd levendig voorstellen, dus het moet wel een impact op me nagelaten hebben. Overal om me heen zag ik mannen en vrouwen duchtig zoeken naar het getal 47. Het waren vooral oudere mannen en vrouwen.
Herman, die naast me zat, had prijs. Hij had nu al 2 cijfers kunnen aanduiden op zijn bingopapiertje. Herman is een vriend, mijn beste oudere vriend.
Vroeger keek hij tijdens de oorlog van op zijn dak naar de bombardementen. Een gele gloed kleurde dan de horizon. Één keer moest hij van het dak komen om in de kelder te schuilen. Toen hij er terug uit mocht, kon hij van waar hij stond de sterren tellen en de maan begroeten. Ik ben blij dat hij op tijd van het dak geklauterd was.
59 was het volgende magische getal. Herman keek me teleurgesteld aan. Geen 3e cijfer. Wat verderop in de zaal riep een dame met al haar macht: “Bingo!”. Eventjes flitste het tafereel van 12 jaar geleden terug door mijn hoofd. Nu wist ik precies wat schaamte betekende. Meer dan 200 ogen keken de dame aan met ogen die wensten dat ze kogels waren. Herman gaf me een por met zijn elleboog. “Zou ze echt gewonnen hebben? Dat kan toch bijna niet”. Ze keek nog eens goed naar haar formuliertje en ging terug zitten. “Sorry iedereen. Vals alarm. Ik dacht dat ik ze allemaal had.” Herman kijkt me met zijn grote pretogen aan. “Wat was me dat?” gniffelde hij. Ik zei hem dat ze zoiets beter niet tijdens de oorlog had gedaan. Herman kon erom lachen dus ik ook.
“Het volgende balletje heeft het nummer tweeëndertiiigggg.” Herman had prijs. “Het gaat goed, het is al voor een derde keer raak en dat al na 40 balletjes” fonkelde hij. Ik zag Herman graag bezig. Ik zag hoe hij ervan genoot. Wanneer Herman geniet, geniet ik ook, maar ik hoopte verdomme toch dat er snel iemand al zijn kutballetjes kon aanduiden en eindelijk het einde van de Bingoavond mocht aankondigen.
Voor Herman












Grote discussies met de schrijver…
Wat is het regelment van een Bingo spel… indien jij specialist ter zaken bent mag je altijd een seintje geven 