“Ooit al van Bossa Nova gehoord” vroeg ze me. Toen ik haar het antwoord schuldig moest blijven, stond ze op en plots was ik veranderd in lucht. “Weer een wip aan m’n neus voorbijgegaan” kwam spontaan in me op. Niet dat ik vrouwen aanspreek met het oog op seks, maar na 2 cocktails, 3 lange oogcontacten en 4 aanrakingen, durft een simpele jongen zoals ik al eens wat meer te verwachten. Ik verliet het café en meteen begon ik aan Bossa Nova te denken. Wie of wat kon het zijn? Eens aangekomen op mijn kot sloeg ik met mijn licht benevelde hoofd mijn woordenboek open. Mijn blinkend woordenboek kon mijn drang om bij te leren niet opvangen. Noodgedwongen val ik neer op mijn bed.
De volgende ochtend. Mijn gsm maakt telkens het meest vervelende geluid, maar het is wel een effectief ding. Laat dat rotding 1 keer afgaan en je bent meteen klaarwakker. Hoe zwaar de kater ook moge zijn.
Nog altijd heeft Bossa Nova me niet losgelaten en nog altijd weet ik niet wat het in godsnaam betekent. Mijn computer is blijkbaar heel de nacht blijven aanstaan. Ik tik Bossa Nova in op een niet nader te vernoemen zoekrobot, maar iedereen weet dat Google de beste is. Plots belt er iemand aan. Het geluid van de bel doet mijn hoofd bijna uit elkaar spatten. De hoofdpijn is niet te harden. Ik kamp met het probleem dat ik nooit lang slaap na een nachtje stevig drinken. Ik kijk op mijn klok en ik zie dat het amper 9 uur is. Welke tactloze zak belt er op dit onmenselijke uur nu aan. In zeven haasten raap ik wat kleren bij elkaar en smijt ze in de kast. Mijn hersenen botsen nu zeer heftig tegen mijn schedelpan aan. Opstaan is een hel.
Wie kon het zijn? Het meisje van gisteren? Zou ik ze me mijn adres gegeven hebben? Ik doe voorzichtig mijn ruit open en bij het naar beneden kijken priemen er 4 ogen op mij. “Gelooft u in de goede heer? Het einde van de wereld is nabij!”, predikt de dikste van de twee. Ik zeg dat ik geloof, maar dat ze kunnen oprotten. Die Tactloze Getuigen van Jehova slaan meteen al mijn hoop aan diggelen. Ze stond er niet. Toch doen de 2 heren me terugdenken aan haar kastanjebruine haar en lichtbruine huid. Ik dwaal af. Ik laat mijn ruit open. Terug naar Google, terug naar Bossa Nova. Ik tik de 2 magische woorden in en al snel merk ik dat het om een muziekstijl gaat. Ik ben niet zo vertrouwd met muziek. Muziek is leuk wanneer je in de Delhaize rustig met je karretje tussen de rekken kuiert. Ik heb welgeteld 10 cd’s, bijna allemaal gekregen van familie of vrienden. Bossa Nova, a form of Jazz, leert de site me. Ik kan er ook enkele liedjes beluisteren. Ik ben blij dat ik de ruit heb laten openstaan. De muziek brengt het zonnetje in huis zoals je op vele cliché postkaarten kunt lezen. Bossa Nova lijkt me veel meer dan gewoon wat muziek. Ik zie mezelf al zitten, op een tropisch eiland met doorwaterde pretoogjes, links en rechts een danspasje wagend op de zeemzoete ritmes en melodietjes van de Bossa Nova.
Ach, ik sla mezelf voor het hoofd dat ik geen muziekkenner ben. Anders had ik ze, ik zeg ‘ze’ omdat ik haar naam niet (meer) weet, zo het hof kunnen maken, had ik me nog blauwer kunnen betalen aan overheerlijke cocktails, zou ik 30 keer zo intens in haar ogen gekeken hebben, had ik ze mijn kot kunnen tonen en kon deze simpele jongen eindelijk nog eens van bil gaan.











